Betrokkenheid

Vandaag een korte column: vandaag meer tijd besteden aan de zorg voor cliënten dan erover schrijven…. Wel linkte ik net een bericht aan op facebook van een ‘vermiste man’ gevonden ‘tussen het afval in zijn huis’. (zie Telegraaf d.d. heden) Overigens schokkend te lezen hoeveel ‘gekke’ en beledigende reacties er op zo’n artikel losbarsten. Soms grappig bedoeld, maar soms ook wel érg cynisch!

En dat brengt me tot het thema ‘betrokkenheid’. Want humor vond ik het niet…. vorige week trof ik een WMO-consulente aan die op huisbezoek kwam bij twee -samenwonende- cliënten die na een langdurig traject ontsnapt waren aan jarenlange dakloosheid, oplopende schulden en sociale malaise. In het gesprek kwam hun financiële situatie ter sprake: veertig euro per week (voor beiden!) om in het levensonderhoud te voorzien. De ‘voedselbank’ kwam ter sprake. En halverwege het gesprek (ken je dat gevoel?) bekroop mij het idee dat er iets niet klopte. Dat we, net als in de scetch van André van Duin waarin een ‘stroper met koekoeksklokken een café binnen komt’ (zie youtube) volledig langs elkaar heen aan het praten zijn.

Het kón niet anders: ik moest haar de vraag stellen wat háár beeld was bij ‘de voedselbank’. En ja, toen kwam het eruit. De WMO-consulent die beslist over omvang en inhoud van de begeleiding aan mensen met LVB- en GGZ-problematiek die onderaan de maatschappelijke ladder bungelen, had het idee dat de ‘voedselbank’ een soort REGELING met de bank was waardoor je GELD KREEG en dat je dat aan ETEN KOPEN kon uitgeven en dat je een soort KREDIET ontving zodat je altijd van eten GEGARANDEERD was. Hoe krijg je het verzonnen…
Ze had er wérkelijk geen beeld van dat cliënten wekelijks naar het wijkcentrum togen om onder strenge voorwaarden hun (op zich lovenswaardige) portie ‘over-datum’ groente en drie aardappelen konden ophalen.

Hoe weerbarstig kan de werkelijkheid zijn ten opzichte van de beeldvorming. En wéér denk ik aan mijn herhaalde aanbod aan mevr. Schippers: spring nou ’s achterop de fiets bij me en kom ‘zien en ruiken en voelen’ hoe de onderkant van de samenleving eruit ziet.
Ja, ik denk heus wel dat de WMO-consulent een uitzondering was en dat Schippers en Van Rijn wél weten wat de voedselbank inhoudt. Maar kom het nou eens BELEVEN…. dan ga je het ook anders zien!